Borderline

Borderline betekend grens. Oorspronkelijk dacht men dat personen die een borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS) hadden, zich bevonden in het grensgebied van neurose (ineffectieve manier van omgaan met problemen) en psychose (toestand waarbij je het normale contact met de werkelijkheid kwijt bent). Omdat dit te vaag en veelomvattend is, is er een nieuwe term voor BPS: emotionele regulatiestoornis (ERS). Omdat deze term nog tamelijk onbekend is zal ik op deze site spreken over BPS.

Een persoon met een BPS is vaak maipulatief, heeft een laag gevoel van eigenwaarde en sterke neiging tot extreme oordelen. Daarom is het in relaties vaak alles-of-niets (vaak eerst alles en daarna plotseling niets). Ook reageren ze vaak heftig op angst en woede. Het lage gevoel van eigen waarde en de extreme vorm van woede leidt soms tot zelfbeschadigen (automutilatie, bijvoorbeeld zichzelf bewust snijden, branden of op een andere manier verwonden) of suïcide pogingen.  Ook heeft een persoon met een BPS de angst om verlaten te worden, ook als hiervan reëel geen sprake van is. Vaak zoeken ze geborgenheid in een groep mensen, maar kunnen zich daarin toch volkomen eenzaam voelen.
Ze kunnen heel zwart-wit denken, ook over zichzelf. Waardoor dan indentiteitsproblemen kunnen ontstaan. Dit uit zich in snelle wisselingen in zelfbeeld, toekomstplannen, sexuele identiteit en typen vrienden. Impulsieviteit kan leiden tot gokken, eetproblemen, verslavingen, onveilige sex of roekeloos gedrag.
De BPS kan samen gaan met: dissociatie, (af en toe even “weg” zijn. Dan zijn ze voor een bepaalde tijd niet meer in de realiteit. Wat de persoon zelf niet in de gaten heeft.) psychose of depressiviteit.
Wanneer is er sprake van een BPS?
De diagnose van een BPS kan worden gesteld als er sprake is van vijf of meer van de volgende situaties:
  • Pogingen om uit alle macht te voorkomen dat hij/zij in de steek gelaten wordt.
  • Onstabiele en intense relaties waarin de ander de ene keer geïdealiseerd en de andere keer als waardeloos beschouwd wordt.
  • Identiteitsstoornis. Het beeld dat de persoon van zichzelf heeft en de manier waarop hij/zij over zichzelf oordeelt is opvallend gestoord, vervormd of onevenwichtig.
  • Impulsief. Waar de persoon zelf schade aan ondervindt. (Roekeloos geld uitgeven, risico’s nemen met sex, drugsmisbruik, roekeloos autorijden en vreetbuien)
  • Suïcidaal of automutilerend gedrag.
  • Stemmingswisselingen. Vaak reageren ze te emotioneel.
  • Zich chronisch “leeg” voelen.
  • Woede uitbarstingen.
  • Hallucinaties of ernstige dissociatieve symptomen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

code